Ontwikkelingen 2005 t/m 2007
Drie jaar Wet op de Uitgebreide
Identificatieplicht (WUID) 2005 t/m 2007
-Wordt aan gewerkt- de
webmaster-

Januari 2005
Op 1 januari 2005 werd de Wet op de Uitgebreide
Identificatieplicht van kracht. Binnen een uur waren de eerste bekeuringen een
feit.
De primeur gaat waarschijnlijk naar de man in Utrecht die in
de nieuwjaarsnacht rakelings over zijn tenen werd gereden door een politiewagen.
Zijn verwensing: ” k..zak” werd niet als uiting van schrik aangemerkt, maar als
belediging opgevat door de ambtenaren in functie. Omdat dit laatste strafbaar
is, werd voldaan aan de voorwaarde om het tonen van een geldig
legitimatiebewijs te mogen vorderen. Betrokkene kostte dat € 50, niet voor de
belediging, maar omdat hij tijdens de jaarwisseling geen documenten op zak had
om onmiddellijk te kunnen tonen. Diezelfde nieuwjaarsnacht moest, in Brabant,
het 14-jarig meisje van Wijk, uren in een politiecel doorbrengen omdat ze geen
legitimatiebewijs kon laten zien. Naar huis bellen zodat haar identiteit
geverifieerd en haar ouders gerustgesteld konden worden, was niet toegestaan.
De volgende dag werd in Nijmegen een man, die tijdens de publieke nieuwjaarsreceptie
van de gemeente, zijn afschuw over het uitzettingsbeleid van de regering wilde
tonen, gesommeerd om zijn legitimatie te tonen. Aangezien hij niks verkeerds
deed, was de eis tot legitimatie onterecht en weigerde hij zich bekend te
maken. Agenten voerden hem prompt af naar het politiebureau waardoor hij zowel
wederrechtelijk van zijn vrijheid als van zijn vrijheid van meningsuiting werd
beroofd.

Februari 2005
De toon was gezet en zo regende het die maand klachten van
mensen die ontdekten dat lichte verkeersovertredingen, als lopen of fietsen
door rood licht, het niet voeren van deugdelijk fietslicht, wildplassen e.d.,
op grond van ID-plichtwet met dubbele boetes werden bestraft.
In Amsterdam werd een vrouw met een
klein kind opgesloten omdat ze verzuimd had haar autogordel om te doen. In
Utrecht overkwam dat een mevrouw omdat ze met de dienstdoende agent in
discussie ging dat ze uitsluitend de bekeuring accepteerde wegens door rood
fietsen, maar geen dubbele boete. (Dat gelijktijdig, iets verderop, een grote
groep jongeren ongestoord voorbijgangers van het winkelcentrum molesteerden,
maakte direct duidelijk dat de ID-boetes onder het hoofdstuk ‘makkelijk scoren’
vielen in plaats van onder serieuze wetshandhaving. De score deze eerste maand
liep volgens de CJIB op tot 3301 boetes.
Pas in februari begon kennelijk door te dringen hoe groot de
inbreuk op onze vrijheid door onze regering acceptabel werd geacht. Dat bleek niet
alleen uit de honderden ID-bekeuringen die dagelijks werden uitgedeeld, maar
met name ook uit de voorstellen die het kabinet lanceerde om de grondrechten
van de burgers nog drastischer in te perken. Onder het mom van
terrorismebestrijding kwam het kabinet bij de Tweede Kamer met nog veel meer
voorstellen om de grondrechten van iedereen in te perken. Voorstellen om mensen
voortaan zonder vorm van bewijs of zonder gerede aanwijzingen te kunnen
verplichten om zich regelmatig op het politiebureau te melden. Voorstellen om
rechters hun recht op inzage in alle bewijsstukken te ontnemen, zodat mensen
veroordeeld zouden kunnen worden buiten een onafhankelijke rechterlijke macht
om. Dit soort voorstellen lokten uiteraard kritiek uit van gerenommeerde
strafrechtdeskundigen en prominenten, waardoor er enig tegengas geboden werd
tegen de ongrondwettelijke en onuitvoerbare plannen. Zo traden vier rechters,
waaronder Geert Corstens van de Hoge Raad, in de openbaarheid met hun
waarschuwing dat de politiek wetgeving in elkaar knutselde die potentieel de
vrijheid van iedere burger in ons land schendt.
Ulli d’Oliveira, oud-hoogleraar migratierecht van de universiteit van
Amsterdam, verkondigde in Trouw dat de nieuwe maatregelen een manifeste
inperking van de vrijheden en grondrechten van alle burgers vormen en dat het
debat dat momenteel hierover gaande is, gaat over de vraag of onze rechtstaat
op de tocht wordt gezet. Mensen als Jan Wolkers verzuchtten dat de media in ons
land, op schunnige wijze, een sfeer van angst creëerden. Geert Mak constateerde
dat Nederland van een tolerante verzorgingsstaat veranderde in een repressief
angst-bastion. Nilgün Yerli waarschuwde voor het ontstaan van een situatie
waarin diverse raciale, etnische of religieuze groepen diepgaande scheidingen
ervaren met andere delen van de bevolking, en dat dat al in zoveel
samenlevingen al tot genocide had geleid.
Peter van Vlerken, journalist van het Utrechts Nieuwsblad, schreef dat de
recente besluitvorming over terrorismebestrijding, maakt dat Nederland een van
de meest repressieve landen van Europa wordt.
Het beboeten van mensen omdat ze geen geldige
identificatiebewijzen konden of wilden tonen ging in verhoogd tempo door. Met
6640 boetes werd de score van januari werd deze maand ruim verdubbeld.
De toename van het aantal klachten was navenant, en het
scala voorbeelden van foute, willekeurige en pesterige ID-boetes breidde zich
uit. Zo werd in Arnhem iemand gearresteerd om reden dat hij net na
sluitingstijd aan een winkeldeur voelde of de deur nog open was. Volgens de
redenering dat je niet kunt winkelen als een winkel gesloten is en er dus
sprake was van verdenking van poging tot inbraak, motiveerde de politie later
op het bureau dat hij daardoor verdacht werd van een strafbaar feit wat de
aanleiding gevormd zou hebben om hem te sommeren om zijn ID-bewijs te tonen. Op
het moment zelf werd hij overigens zonder opgaaf van reden gearresteerd toen
hij zijn identiteitsbewijs niet kon tonen. Na diverse telefoontjes vanaf het
politiebureau werd uiteindelijk iemand gevonden die zijn paspoort naar het
bureau wilde brengen kon hij met de kennisgeving van een boete van € 50 euro,
vertrekken.
Verreweg de meeste ID-boetes werden aan fietsers en
voetgangers uitgedeeld. Meestal naar aanleiding van lichte verkeersovertredingen,
al hoorden we van meet af aan van gevallen waarin mensen beschuldigd werden van
het lopen of fietsen door rood, terwijl het stoplicht op groen stond, kapot
was, of het verkeerslicht soms niet eens bleek te bestaan.
Willekeur vierde hoogtij. Berucht zijn wat dat betreft de
grote stadstaferelen bij de fietscontroles op deugdelijke verlichting of rijden
door rood licht. Uit de hordes worden dan enkelingen bekeurd, terwijl intussen
tientallen anderen onbestraft dezelfde overtreding begaan. Maar ook bleek er
veel willekeur als het erom ging welke agenten wèl en welke geen genoegen namen
met legitimatie aan de hand van andere bewijzen dan de officieel geldige
documenten.
Willekeur ook wat betreft het al dan niet toestaan of mensen
hun legitimatiebewijs mochten ophalen of op laten halen. En volstrekte
willekeur bij de arrestaties, zowel wat betreft wie wel en wie niet werd
opgepakt, of men wel of niet in de gelegenheid werd gesteld om te mogen
telefoneren, al dan niet gefouilleerd werd, wel of niet de hulpofficier van
Justitie te spreken kreeg, fatsoenlijk behandeld werd en al dan niet een
proces-verbaal kreeg.
Klachten van mensen die zonder verdere aanleiding werden
aangehouden, enkel omdat ze ’s nachts op straat liepen, bleven uit alle delen
van het land binnenkomen.
Opvallend vaak signaleerden we dat dak-en thuislozen werden
lastig gevallen door de politie. Dat daklozen vaak geen geldig
identiteitsbewijs hebben, heeft direct verband met het feit dat ze vaak geen
geld hebben om dat te betalen, een leven leiden waarbij spullen makkelijk
kwijtraken, het veel te gevaarlijk vinden om met waardevolle papieren op straat
te lopen of doordat de hulpverlening hen verboden heeft om met officiële
papieren rond te lopen. Dat laatste geldt niet in de laatste plaats voor de
duizenden mensen die psychisch in de war zijn, en voor wie het een onmogelijke
opgave vormt om te onthouden waar hun spullen zijn. Klagen doen deze mensen
nauwelijks, omdat ze wel gewend zijn opgejaagd te worden, maar met name
hulpverleningsinstanties lieten regelmatig weten dat de politie met twee maten
meet omdat ze daklozen strenger contoleren en vervolgen dan niet-daklozen. De
willekeur begint in deze zelfs geïnstitutionaliseerd te worden omdat op veel
plaatsen daklozen, in tegenstelling tot toeristen of studenten, in het openbaar
geen drank mogen gebruiken en het hen, door plaatselijke politieverordeningen,
verboden wordt om op aangegeven openbare plaatsen te zitten of stil te staan.
Dat leidde op stations meermalen tot bekeuringen aan dakloze mensen op grond
van het feit dat ze stilstonden om iemand, die daarom gevraagd had, de weg uit
te leggen. Dakloze mensen bleken voor de politie een makkelijke prooi om hun
verplichte aantal bekeuringen aan te slijten. In de ‘blauwe zone’, voor de deur
van de Sleep-inn te Utrecht, waar het verboden is om stil te staan, bleken
agenten de mensen ‘s ochtends regelmatig op te wachten om ze acuut te beboeten,
wanneer ze eerst een sjaggie draaiden alvorens huns weegs te gaan.
Daar kwam de ID-plichtwet nog even overheen. Ondanks dat de
intentie van de wet natuurlijk is, dat men zou moeten kunnen vaststellen wie
een persoon is, bleek de nieuwe wet volop te worden toegepast om daklozen, die
uitstekend bekend zijn bij de politie, aanhoudend naar hun ID te blijven vragen
als ze zich op plaatsen bevinden waar men ze liever niet ziet. De ID-plichtwet
diende dus andere doelen dan identificatie, maar werd toegepast om op
makkelijke wijze aan de vereiste boetequota van de prestatiecontracten, te
voldoen en tevens om de straat ‘schoon te vegen’ door een opjaagbeleid en
doordat in één moeite door gecontroleerd kon worden of mensen soms nog boetes
hadden openstaan.
Als blijkt dat iemand die dakloos is nog boetes moet
betalen, wordt die persoon gedwongen dat geld diezelfde dag nog te komen
brengen op het politiebureau, lukt dat niet dan wordt hij of zij een poosje
opgeborgen in plekken als Kamp Zeist, totdat de rekening met justitie is
vereffend.
In Arnhem demonstreerden mensen deze maand tegen de
teloorgang van solidariteit tussen mensen, die het gevolg is van de ID-plicht.
Zij stelden aan de kaak dat de ID-plicht hoofdzakelijk bedoeld is om
medemensen, die volgens onze wetten als illegaal worden bestempeld, het leven
in dit land onmogelijk te maken. Zij vroegen, aan het winkelend publiek op
zaterdagmiddag, om even stil te staan bij de parallellen met de vervolging van
joden, communisten, zigeuners, homoseksuelen en gehandicapten die in de Tweede
Wereldoorlog ook zo efficiënt konden worden gedeporteerd, dankzij de koppeling van
de verplichte persoonsbewijzen aan het
centrale bevolkingsregister.

Mensen die rond het Pieter Baan Centrum woonden maakten op
25 februari kennis met de grimmigste variant van de identificatieplicht.
Vanwege de verhuizing van een beruchte klant van het centrum, werd de hele
omgeving door de politie afgegrendeld en moest iedereen die zijn eigen huis uit
wilde zich legitimeren. Omwonenden die, nog in de veronderstelling verkeerden
dat ‘wie niks te verbergen heeft, niks te vrezen heeft’, waren vlot van deze
misvatting genezen.
De wet treft mensen met lage inkomens het hardst. Ze worden
in de regel eerder beboet dan mensen van wie het uiterlijk doet vermoeden dat
men in goeden doen is, en kunnen zich minder efficiënt verweren dan mensen die
juridisch weerwoord kunnen geven, hun advocaat kunnen inschakelen en
klachtenprocedures tegen onrechtmatig optreden van de overheid kunnen voeren.
De hoogte van de boetes en kosten van de aanschaf van ID-bewijzen treft hen
natuurlijk ook het hardst. Stelt voor de een 50 euro nauwelijks iets voor, voor
een andere is het meer dan een week huishoudgeld.
Het Meldpunt kreeg veel reacties van mensen over de aanslag
die de verplichte aanschaf van ID-kaarten en paspoorten vormde op het
gezinsbudget van de minder draagkrachtige gezinnen met opgroeiende kinderen
”die regelmatig van alles en nog wat, en dus ook hun ID-bewijs kwijtraken”.